Brussee Lindeboom Advocaten

Onderwijsrecht
Brussee Lindeboom Advocaten
HOMECONTACTLOCATIELINKS
Wetsvoorstel langstudeerders dicht maas in de wet voor collegegeld tweede studie

De wetgever wilde vorig jaar al alle voltooide HBO- en WO-opleidingen vanaf 1991 tot heden aanmerken als bachelor c.q. master. Met als gevolg dat een tweede bachelor, respectievelijk master niet meer tegen betaling van het wettelijk collegegeld kan worden gevolgd, maar alleen nog tegen betaling van het meestal veel hogere instellingscollegegeld. Dit is echter niet goed in de toepasselijke Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit WHW vertaald. De WHW regelt tot nu toe strikt genomen alleen dat de student die daadwerkelijk onder de BaMa-structuur is afgestudeerd (dat wil dus zeggen vanaf 1 september 2002) het instellingscollegegeld is verschuldigd.

De universiteiten en hogescholen, noch het ministerie van OCW hebben dit gat in de wet formeel ooit erkend. De voorzitter van het College van beroep voor het hoger onderwijs (CBHO) echter wel. In een uitspraak van 29 september 2010 - waarbij ons kantoor de student in kwestie bijstond - werd bij wijze van voorlopige voorziening beslist dat de WHW er niet in voorziet dat het instellingscollegegeld geheven kan worden van studenten die vóór 1 september 2002 een HBO- of universitaire opleiding hebben voltooid. Het is daarna niet meer tot een uitspraak van de voltallige commissie gekomen omdat de Hogeschool in kwestie aan de student aanbood dat zij haar studie tegen betaling van het wettelijk collegegeld mocht voltooien.

Het ministerie mag dan nooit erkend hebben dat het gat bestond, in het Wetsvoorstel langstudeerders dat op 5 juli 2011 door de Eerste Kamer is aanvaard en dat dus per 1 september 2011 in werking treedt, wordt het gat wel gedicht. Art. 7.45a WHW gaat in de nieuwe leden 7 en 8 het volgende bepalen.

7. Voor de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt met een student die een bachelorgraad heeft behaald gelijkgesteld:
a. een student die met goed gevolg het afsluitend examen heeft afgelegd van een hogere beroepsopleiding met een studielast van 168 studiepunten, volgens de wet zoals die luidde op 31 augustus 2002, en
b. een student die met goed gevolg het kandidaatsexamen heeft afgelegd van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.8, zoals dat artikel luidde op 31 augustus 2002.
8. Voor de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt met een student die een mastergraad heeft behaald, gelijkgesteld een student die met goed gevolg het afsluitend examen heeft afgelegd van een ongedeelde opleiding als bedoeld in artikel 18.15.

De artikelsgewijze toelichting zegt het nog iets duidelijker.

Artikel 7.45a is materieel gelijk aan het oude artikel 7.45, met dien verstande dat het zevende en het achtste lid uitgebreid zijn ten opzichte van het oude achtste lid. Ook studenten die een aan een bachelor- of mastergraad gelijkwaardig afsluitend examen hebben behaald, hebben geen recht meer op wettelijk collegegeld.

Omdat de collegegelden elk jaar opnieuw worden vastgesteld en geen overgangsregeling van toepassing is vrezen wij dat procederen onder de nieuwe wettekst geen kans van slagen heeft. De studentenorganisaties hebben wel aangekondigd te gaan procederen tegen het wetsvoorstel als zodanig. Mocht dat iets opleveren dan kan natuurlijk een nieuwe situatie ontstaan.